de Geest

De Heilige Geest zal alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. (Joh. 14, 23-29)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhou­den, 
mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen.
Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet; het woord dat gij hoort,
is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
Dit zeg Ik u, terwijl Ik nog bij u ben,
maar de Helper, de heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, 
Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.
Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. 
Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden.
Gij heb Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, 
zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik.
Nu, eer het gebeurt, zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt zult geloven.

Bezinning

De andere Helper

We draaien de klok even enkele weken terug, tot voor Pasen, bij het laatste avondmaal. Judas heeft zopas de bovenzaal verlaten, op weg om Jezus over te leveren. En dan neemt Jezus het woord, om zijn leerlingen voor te bereiden op zijn afscheid. De leerlingen zijn overmand door schrik: wat moet er van hen worden ? Hoe moeten ze zonder hun Meester verder ?

Jezus doet dan twee dingen: Hij geeft hen vooreerst een aantal richtlijnen mee, en drukt hen op het hart ‘Zijn Woord ter harte te blijven nemen’. Dan zal Zijn Vrede bij hen zijn.

En ten tweede: hij belooft hen ook dat God hen een ándere ‘helper’ zal sturen: Gods Geest. Hiermee wijst hij vooruit naar de gave van de Geest die we met Pinksteren vieren, over nauwelijks twee weken. Dat is ook de reden waarom we deze perikoop, die zich eigenlijk situeert na het laatste avondmaal, nu lezen, in de Paastijd, in de voorbereiding op het feest van Pinksteren.

De helper die de Vader jullie in mijn naam zal zenden,

zijn heilige Geest, zal jullie verder in alles onderrichten:

Hij zal jullie alles laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb.

De helper of ‘parakleet’

In de Bijbel staat de Geest van God voor de levensadem waarmee God aan alle schepselen leven en kracht schenkt (zie o.m. het scheppingsverhaal), maar meer in het bijzonder ook voor de wijze waarop God profeten leidt: “De geest van de Heer rust op hem” (zie vb. Jes. 11,3­5).

Hier verwijst Jezus naar hoe de Geest in de gemeenschap van de gelovigen na Pasen werkzaam zal zijn. Johannes gebruikt hiervoor het woord ‘parakletos’, ‘parakleet’. Het woord komt in de evangelies alleen hier bij Johannes voor (en daarnaast ook nog éénmaal in de eerste Johannesbrief). Het is een term uit de juridische sfeer, en betekent letterlijk: ‘een erbij geroepene’, een ad-vocatus. Een parakleet is iemand die een ander vertegenwoordigt, een woordvoerder, voorspreker, pleitbezorger, tussenpersoon, bemiddelaar.

De Geest zal, als een voorspreker en helper, de leerlingen bijstaan in de door Jezus in het vooruitzicht gestelde situaties van angst, vervolging, haat en dood. De lezers van het Johannes-evangelie begrepen dit zeer wel: ze ondervonden het dagelijks aan den lijve.

De afscheidsrede richt zich dus niet alleen tot de eerste kring van de leerlingen, maar tot allen die Jezus willen volgen, over tijd en ruimte heen, en bijgevolg ook tot ons ! De zending van de Helper overstijgt de historische context van het Palestina ten tijde van Jezus. Hij is werkzaam in alle gelovigen – en dus ook in ons.

Binnenkort herdenken we met Pinksteren inderdaad de ‘nederdaling van de Geest’, of de komst van de parakleet: zullen we dan de hulp van ‘de andere Helper’ in dank aannemen en er mee onze schouders onderzetten ?  Er is nog heel wat werk aan de winkel…