Weest ook gij bereid! (Lc 12, 32-48)

Weest niet bevreesd, kleine kudde: het heeft Uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken.
Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoe­zen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij komt en geen mot hem bederft.
Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.'
Houdt uw lenden omgord en de lampen brandend!
Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de bruiloft is, om als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen.
Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden, hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen.
Al komt hij ook in de tweede of in de derde nachtwake, gelukkig zijn de dienaars die hij zo aantreft.
Begrijpt dit wel: Als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen, zou hij in zijn huis niet laten inbreken.
Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.'
Petrus vroeg Hem nu: 'Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?'
De Heer sprak: 'Wie zou die trouwe en verstandige beheer­der wel zijn, 
die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven?
Gelukkig de knecht, die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt.
Waarlijk, Ik zeg u: hij zal hem aanstel­len over alles wat hij bezit.
Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten 
en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich ook te buiten aan spijs en drank,
dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur 
dat hij niet kent; hij zal hem met het zwaard straffen en hem zo het lot doen ondergaan van de ontrou­wen.
De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof 
noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden.
Wie echter in onwe­tendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. 
Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geeist, en wie veel is toever­trouwd, ven hem zal des te meer worden gevraagd.

Bezinning

Op Jezus’ vraag ‘Wie zeg jij dat Ik ben?’ zwijgen de leerlingen in alle talen alleen Petrus durft het aan een antwoord te geven nl ‘De gezalfde van God’. Een radicaal antwoord waarop Jezus reageert: ‘het is juist wat je zegt, maar dat beeld van mij, dat betekent wel het één en het ander’. Als je Hem zo benoemt, hangt daar wel een hele verantwoordelijkheid aan vast. ‘Je spreekt er misschien beter niet van’ zegt Hij, ‘want besef goed wat je over jezelf afroept’. Belijden dat Jezus de uiteindelijke Messias is, betekent weerstand. Het zal niet zonder slag of stoot gaan, je zult er met al je kracht tegenaan moeten gaan. Het is zelfs zo bepalend, dat je er je leven voor zal moeten geven… Dit ‘je kruis opnemen’ is een waarschuwing: het zal moeite kosten. We zullen dus consequent moeten durven belijden en doen wat we waardevol vinden. Geloven is voor de durvers. Naast alle stilte en bezinning, ethiek en schoonheid, zachtheid en liefdevolle aandacht, zorgende aanwezigheid en alle andere kenmerken die we zo vaak in vieringen benoemen en bezingen, is de belijdenis van Petrus ook de belijdenis dat we op tafel moeten slaan, en tegen dingen in moeten gaan. 
Gelukkig zijn er mensen die dit vandaag de dag durven te leven. Zij doen me in bewondering staan. Mensen die vanuit hun overtuiging hun nek uitsteken. Mensen die tegen alle negatieve perceptie en vooroordelen in, wèl respect betonen voor onze moslim-broeders. Mensen die tegen alle vooroordelen en negativiteit in, wèl hun nek uitsteken voor de opvang van vluchtelingen. Mensen die ondanks de negatieve perceptie van “de katholieken” wèl uitkomen voor hun geloof en de waarden die dat vertegenwoordigd.