verloren schaap

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren.
Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’
Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis:
'Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er een van verliest,
laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter
om op zoek te gaan naar het verlorene, totdat hij het vindt?
En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schou­ders,
gaat naar huis; roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun:
Deelt in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt, heb ik gevonden.
Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over een zondaar die zich bekeert,
dan over negenenne­gentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben.
Of welke vrouw die tien drachmen bezit en een drachme verliest, steekt niet een lamp aan,
veegt het huis en zoekt zorgvuldig totdat ze het vindt?
En als ze die gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buurvrou­wen bij elkaar en zegt:
Deelt in mijn vreugde, want de drachme die ik had verloren, heb ik gevonden.
Zo, zeg ik u, is er vreugde bij de engelen van God over een zondaar die zich bekeert.'

Bezinning

Over verliezen en terugvinden.
Wie heeft er nog nooit iets verloren? Een sleutel misschien, een jas, een bankkaart…. Er naar zoeken kan heel wat tijd vragen, tijd die je liever voor iets anders had gebruikt. Als je je verloren voorwerp terugvindt, ben je wel blij of minstens opgelucht. Dat lijkt logisch.
Het evangelie van Lucas geeft drie parabels over verloren zijn en terug vinden vlak na elkaar. (Lc. 15,1-32) Ze staan daar als reactie van Jezus op het gemor van de farizeeën. Die hooggeplaatste burgers vonden het schandalig dat de Meester aan tafel ging met “zondaars van allerlei slag”. Jezus durfde eten met mensen die voor de samenleving verloren waren!
En Hij vertelt: over een herder die zijn 99 schapen in de steek laat om één verloren schaap terug te vinden; over een vrouw die 1/10 van haar geld kwijt is en het na véél moeite terug vindt en ten slotte: over een vader die op uitkijk staat om zijn verloren zoon terug te vinden. Tussen de verhalen door beweert Jezus dat er meer vreugde zal zijn in de hemel om één zondaar die zich bekeerd heeft dan om 99 rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.
In de hemel gaat het er dus anders aan toe dan op aarde in Jezus’ tijd én dan bij ons. Hoeveel kansen krijgen mensen nog die een ooit misstap hebben begaan? Hoe negatief wordt er gereageerd op mensen die nooit perfect de normen van ‘onze’ samenleving gevonden hebben om na te leven.
Hoever durven wij – christenen - ons riskeren om mee te gaan zoeken naar wie of wat verloren is? En durven wij blij zijn met wie teruggevonden is?